VAN LOSSTAANDE TAAL- EN LEESVAARDIGHEDEN NAAR BETEKENISVOL LEREN
Een effectief taal- en leesbeleid vraagt om méér dan losse lessen. Er is een wereld van verschil tussen het voorbereiden van een interview met de wijkagent en een invuloefening over ‘de wijkagent’. Door taalonderwijs te verbinden met vakinhouden en vaardigheden ontstaat samenhang en wordt versnippering in het curriculum voorkomen. Zo groeit taalvaardigheid vanzelf, omdat leerlingen taal actief en gemotiveerd gebruiken in levensechte situaties.
Niet iedere leerling heeft dezelfde taalvaardigheid of achtergrondkennis. Differentiatie is daarom essentieel om zowel ondersteuning als uitdaging te bieden, zodat iedere leerling optimaal kan groeien. Tegelijkertijd moet taal niet beperkt blijven tot schoolse oefeningen, maar een actieve
rol spelen in situaties die er écht toe doen. Wanneer leerlingen
taal functioneel gebruiken – bijvoorbeeld in gesprekken, bij het presenteren van kennis of het schrijven over onderwerpen die hen raken – wordt taalverwerving veel krachtiger en betekenisvoller. Taalverwerving stopt niet bij de schoolmuren. Leren vindt plaats………………….



